Ridder Reinhardt’s Olijke Exploten


Hoofdstuk 3: Ridder Reinhardt baalt.
augustus 30, 2008, 3:31 pm
Gearchiveerd onder: Uncategorized

Ridder Reinhardt was boos. Op wie of wat wist Ridder Reinhardt niet. Het was een emotie die Ridder Reinhardt eigenlijk volledig onbekend was. Daarom was Ridder Reinhardt nogal verward. Het was geleden van het zien van een aflevering van Piet Piraat dat onze held nog zo verward was geweest. Ridder Reinhardt had zichzelf er immers op betrapt dat hij bij de aftiteling luidkeels ‘Piet Piraat, Piet Piraat, Schip Ahoi Hoi Hoi’ aan het meekelen was. Soit, Ridder Reinhardt was dus verward door dat onbekende gevoel van boosheid. Door al die verwarring werd Ridder Reinhardt een beetje gefrustreerd, en die frustraties leidden dan tot nog meer boosheid. Gelukkig voor Ridder Reinhardt was hij niet bekend met concept van een negatieve spiraal en bleef hij gewoon even boos als voordien. Was dat even boffen voor Ridder Reinhardt. Onze held keek de kamer rond en stuurde Adelberd de page weg met de opdracht zijn perineum te gaan scheren. Stilletjes begon hij te zingen. Het volume zwol aan en bij de laatste ‘Schip Ahoi Hoi Hoi’ daverde het hele kasteel. Ridder Reinhardt lachte, hij voelde zich al een heel pak beter.



Hoofdstuk 2: Ridder Reinhardt geeft levensles.
augustus 28, 2008, 11:27 pm
Gearchiveerd onder: Uncategorized

Ridder Reinhardt was net keihard in zijn neus aan het peuteren toen Adelberd, zijn zeer trouwe doch ietwat nichterige page de kamer binnenkwam. In zijn vers gemanicureerde rechterhand hield Adelberd niets vast. In zijn linkerhand echter, hield hij op nonchalante wijze een kanten zakdoek. Ridder Reinhardt, wiens getrainde en immer loensende oog dit direct had gezien sprong recht en liep op een drafje naar Adelberd de page. Ridder Reinhardt sloeg uit volle macht met zijn rechtervuist op het kakement van Adelberd, dat met een droge krak versplinterde. Prompt zakte Adelberd ineen. Adelberd was niet alleen een nicht met een kanten zakdoek, maar blijkbaar was hij ook een van die nichten met een zwak beendergestel. Onze held zuchtte diep. Die page van hem zou nu wel twee keer nadenken als hij nog eens een snotneus had. Ridder Reinhardt verachtte kant. Hij keek naar het bewusteloze jonge knapenlichaam van zijn page en schudde het hoofd meewarig heen en weer. Volgens Ridder Reinhardt moest een echte man tegen een stootje kunnen. Zo at onze held bij het ochtendgloren stalen rice krispies, omdat de gewone zompig werden na een tijdje in de melk gelegen te hebben en Ridder Reinhardt dit toch wel als mietjesgedrag beschouwde. Ridder Reinhardt bukte zich en trok de zakdoek uit de handen van Adelberd. Even nog keek Ridder Reinhardt met een opgetrokken wenkbrauw naar een trekkende zenuw in het been van Adelberd. Hij maakte abrupt een einde aan de zenuwtrekkingen en de wellicht epische zoektocht van de desbetreffende zenuw naar vitale breinimpulsen door Adelberd een fikse trap in de maag te geven. Hoestend en proestend kwam Adelberd weer bij bewustzijn. Ridder Reinhardt begeleide zijn trouwe page naar de infirmerie en beloofde Adelberd plechtig om zijn gebruik van excessief geweld goed te maken met een potje kleurewiezen nog diezelfde avond.

Ridder Reinhardt keerde terug naar zijn vertrekken en ging wederom in zijn stoel zitten. Oh en wat voor een stoel was me dat. Een pareltje, een stoel uit de duizend. In een lang vervlogen verleden was deze stoel zelfs nog koning van Stoelenland geweest. Koning Stoel regeerde met strenge maar rechtvaardige hand over zijn steeds groeiende rijk. Dit totdat een verre voorvader van Ridder Reinhardt, Ridder Emiel genaamd, met een toorts in de hand vurig komaf maakte met deze voorspoedige monarchie. Koning Stoel had zich met hand en tand, eum, poot en leuning verzet. Maar toen Ridder Emiel de jongste zoon van Koning Stoel, nog maar een krukje, voor de koning zijn ogen doormidden kliefde knapte er iets binnen in de kussenvulling van Koning Stoel en niet lang daarna gaf hij zich over. Dankzij een zeer snelle vernisactie van de schild ende schandknaap van Ridder Emiel deed voorgaande geschiedenis niets af aan de fysieke grandeur van Koning Stoel en daar was Ridder Reinhardt helemaal niet rouwig om. Het was zijn lievelingsstoel. Ebbehouten leuningen, ingelegde fluwelen kussens en een bas-relief van David Hasselhoff op de rugleuning (David Hasselhoff is de patroonheilige van alle houten keukenmeubilair). Wat een vakmanschap. Wat een oog voor detail. Wat een afwerking. Mijn god, dat moet me wel een getalenteerde schrijnwerker geweest zijn.

Ridder Reinhardt liet net een bulderende scheet (zo een die de hele kamer rond dondert) toen Adelberd de trouwe page de kamer weer binnekwam. Zonder kanten zakdoek, hij had zijn lesje wel geleerd, maar met een verband rond het hoofd, ter ondersteuning van het flink gezwollen kakement. Adelberd zwaaide met een boek kaarten. “Belofte maakt schuld,” zei Adelberd. “Maar als het even kan zou ik eigenlijk liever manillen.” Ridder Reinhardt kon zijn oren niet geloven. Had zijn page nog geen uur na die brute levensles nu al opnieuw een cruciale fout gemaakt? Elke echte man wist dat er maar één kaartspel bestond dat het waard was om door echte mannen gespeeld te worden, en dat was kleurewiezen. Ridder Reinhardt stond langzaam op en stroopte de mouwen op van zijn linnen overgooier. Hij ging dreigend voor Adelberd staan. Adelberd, die er ietwat ridicuul uitzag met dat verband rond zijn hoofd, viel op de knieën en begon te huilen als een baby die in maanden al geen tiet meer had gezien. Met zijn volle macht zwaaide Ridder Reinhardt zijn vuist naar beneden. En terwijl zijn vuist de middelpuntsvliegende kracht ten volle aan het benutten was ging er bij Ridder Reinhardt een lichtje branden. Een spaarlamp zo bleek, aangezien Ridder Reinhardt niet alleen ongelooflijk moedig was maar ook zeer milieubewust. Net boven de fontanel van Adelberd zwenkte de vuist naar rechts en verpulverde een mooie vaas gevuld met orchideëen en het daarbijhorend tafeltje. Ridder Reinhardt trok Adelberd recht en sloeg vaderlijk een arm rond zijn schouders. “Laten we beginnen met een spelletje pijkezotverjagen, misschien leer ik je daarna wel de beginselen van het kleurewiezen.”



Hoofdstuk 1: Ridder Reinhardt heeft geen honger.
augustus 28, 2008, 1:52 pm
Gearchiveerd onder: Uncategorized

Man man, wat had Ridder Reinhardt een dorst. Het was lang geleden dat Ridder Reinhardt nog zo’n dorst had gehad. Het was geleden van die ene keer dat hij samen met enkele gepensioneerde tempeliers verloren was gelopen in de woestijn. Gelukkig had hij zich daar nog op het laatste nippertje kunnen laven met twee liter kamelenzweet. Soms vroeg Ridder Reinhardt zich wel eens af hoe een nippertje er precies uit zou zien. Onze held had wel meerdere van die zaken waar hij veelvuldig over kon tobben. Zo vroeg Ridder Reinhardt zich af hoe iemand in het ootje nemen in zijn werk ging. Of zo had hij al menig ver land doorkruist op zoek naar luren om zijn trouwe page Adelberd in te leggen. Helaas, het heeft nooit mogen zijn. Vaak al was Ridder Reinhardt met een kat in een zak teruggekomen. En die kat in een zak was bijgevolg het enige mysterie dat Ridder Reinhardt al had kunnen ontsluieren. Zat hij daar nu met al die katten. Man, wat een smerige geur gaven die kutbeesten af, zeker als ze al een tijdje in die zak zaten. En om het allemaal nog erger te maken had onze onfortuinlijke Ridder Reinhardt bovenop die exclatante geur nog altijd een verschrikkelijke dorst.



Proloog: Ridder Reinhardt, held van een natie.
augustus 28, 2008, 11:10 am
Gearchiveerd onder: Uncategorized

Ridder Reinhardt krabde onbeschaamd aan zijn kont. Hij riep zijn page (een welverzorgde adolescentent in een roze met licht-paars gevoerde fluwelen pofbroek) naar hem toe en veegde een niet ongering aantal poepharen af aan diens vers geschoren kruin. De page, die we voor de gemakkelijkheid gewoon Adelberd van Oost-Kommerlijke, zoon van Rodolfus van West-Lotharingen zullen noemen, vond die poepharen van Ridder Reinhardt in zijn haar natuurlijk helemaal niet zo leuk. Alhoewel Adelberd de page zijn walging probeerde te verbergen kreeg het immer waakzame oog van Ridder Reinhardt de negatieve speling om Adelberd’s lippen al snel in het ootje. Ridder Reinhardt stond op en zette met een keiharde trap in het kruis Adelberd de page weer op zijn plek.

Ridder Reinhardt was het beu. Te lang had Ridder Reinhardt in dienst gestaan van alle zwakken op deze aardkloot. Te lang had hij rondgezworven om rechtschapen lieden te beschermen voor alle rabauwen en schelmen. Nee nee, deze keer was het zijn beurt. Ridder Reinhardt had zich teruggetrokken in zijn donjon om daar in alle rust en kalmte een lied te schrijven. Een lied zoals de wereld nog nooit gehoord had. Een lied waarin hij zou verhalen over epische veldslagen en teloorgegane liefdes, verre horizonten, Oosterse magie en de toch wel aanzienlijke lengte van zijn jongeheer.

Ridder Reinhardt echter, normaal een zeer eloquent heerschap, had nu te kampen met een wel zeer prangend probleem. Het bleek, en niemand was meer verrast dan Ridder Reinhardt zelf, dat hij helemaal niet kon schrijven. Nu moet je om een lied te schrijven toch wel minstens een paar letters van het alfabet machtig zijn. Het moest zelfs niet eens in dichtvorm zijn voor Ridder Reinhardt, die al dat zeemzoeterig gerijm toch maar voor homo’s vond. En terwijl hij dus aan homo’s, of nichterige manspersonen in het algemeen, aan het denken was kwam er plots een knoert van een dEUS Ex Machina op de tafel voor hem terecht.

Ridder Reinhardt, die zich natuurlijk op heldhaftige wijze achter een tafel verscholen had, riep Adelberd de page bij hem en beval hem het gevaarte van naderbij te gaan bekijken. (Nu kan je denken, mijn god, wat een lafaard die Ridder Reinhardt. Doch, bedenk even hoe heldhaftig hij wel niet zou zijn moest hij niet enkel een onbekend gevaar het hoofd kunnen bieden maar daarbij ook het leven van een nichterige adolescent zou kunnen redden. Zulke dingen calculeerde Ridder Reinhardt nu eenmaal in. Altijd was hij bezig om de stoutmoedigste, de dapperste en de meest koene van alle ridders te zijn. Zelfs een kans als deze, wanneer enkel hij en de page aanwezig zijn deed hij er alles voor om er zo moedig mogelijk uit te komen, al was het maar om zijn eigen ego te strelen. Ik moet u wel zeggen dat deze attitude van Ridder Reinhardt hem al in redelijk linke situaties heeft gebracht, maar dat is voor een andere keer. Ik dwaal af, waar waren we? Oja.)

Schoorvoetend ging Adelberd de page naderbij. Plotsklaps ging er een deurtje open en kwam Tom Barman naar buiten. Tom Barman stofte zijn kleren af en stak een sigaret op. De page bleef als verstijfd staan. Nu kwam ook Mauro Pawlowski naar buiten en voor de ogen van Ridder Reinhardt en Adelberd de page begonnen Mauro en Tom Barman te tongen dat het geen naam had. Adelberd de page, die wegens zijn nichterige achtergrond dit tafereel toch wel genietbaar vond, ging wat meer op zijn gemak staan. Ondertussen had Ridder Reinhardt zijn zwaard getrokken en met één machtige sprong stond hij naast het speeksel-uitwisselende tweetal, hief zijn zwaard en hakte in één soepele beweging hun beide hoofden eraf terwijl hij luidkeels riep: “Geen flikkers in dit kasteel!”

Waw, wat een ridder die Ridder Reinhardt. Ridder Reinhardt beval Adelberd de page om de boel wat op te ruimen. Toen viel zijn oog op iets dat uit de zak van Tom Barman stak. Het was een dun boekje en nieuwsgierig als hij was, bukte Ridder Reinhardt zich om het op te rapen. ‘Songwriting for Dummies’ stond er op de cover. Ridder Reinhardt sprong een gat in de lucht, zette zich dan weer neer, stond weer recht, deed een kort vreudedansje, zette zich uiteindelijk weer neer en begon vol passie aan zijn lied. Daarbij was hij zo geconcentreerd dat hij niet zag hoe Adelberd de page zich vergreep aan het nog warme lichaam van Tom Barman.




Follow

Get every new post delivered to your Inbox.