Gearchiveerd onder: Uncategorized
Ridder Reinhardt had honger als een paard. En dat hebben we het niet over een of andere ordinaire pony, maar over een uit de kluiten gewassen Brabants trekpaard. Nu kan je je natuurlijk gaan afvragen waarom onze held zo een honger had, maar aangezien het geen ene moer uitmaakt voor ons verhaal ga ik er ook mijn klavier niet aan vuil maken. Wat ik wel kan zeggen is dat het een episch verhaal betreft, een verhaal dat handelt over bloeddorstige draken, flonkerende schatten, woeste steppegebieden en een ietwat guitige soepselder. Een uur geleden had Ridder Reinhardt de opdracht gegeven een Bourgondisch vreetfestijn te bereiden en nu begon hij zich stilaan af te vragen waar die keukenklojo’s met zijn eten bleven. Hij besloot zelf eens een kijkje te gaan nemen en indien nodig orde op zaken te stellen. Met een grommende maag snelde Ridder Reinhardt door de gangen van zijn donjon. Daar aangekomen sleurde hij de zware brandvrije deur open en wat hij zag deed zijn mond openvallen met verbazing. Nu moet je weten dat Ridder Reinhardt’s mond niet zomaar door het minste openvalt van verbazing. Voor een doorgewinterde ridder als hijzelf waren merkwaardigheden en mysterie schering en inslag, maar bij dit aanziens stond hij als aan de grond genageld.
Adelberd de Page stond in het midden van de keuken met zijn pofbroek op de enkels en een wortel in zijn kontement de liefde te bedrijven met een half-gevulde kalkoen terwijl de rest van het keukenpersoneel hem stond toe te juichen. De saucier ging zelfs nog een stapje verder. Hij had een visspaan gegrepen en slaakte gesmoorde kreetjes terwijl hij er Adelberd de Page zijn billen mee bewerkte. Ridder Reinhardt kon zijn ogen niet geloven. Hij had het maar net kunnen aanvaarden dat Adelberd lid was van de Orde van de Roze Plumeau, maar dit ging echt wel te ver. “Weg jullie stelletje proletariërs!” schreeuwde Ridder Reinhardt tegen het keukenrapalje. Zijn bloed kookte, dus Ridder reinhardt kreeg het erg warm en begon te zweten als een paard (blijkbaar kan je wel stellen dat paarden een beetje het leidmotiv zijn in deze episode). Zijn ogen vernauwden zich tot spleetjes zodat hij bijna niets meer zag. Hij balde zijn vuisten en bijgevolg kon hij zijn handen ook niet meer gebruiken. Al die lichamelijke dysfuncties maakten Ridder Reinhardt nog bozer dan hij al was. Hij trok zijn dolk (wat een hele opgave is met gebalde vuisten) en stormde ziedend van woede op Adelberd af.
Hij stond op het punt Adelberd bij de keel te grijpen, te wurgen en dan te vierendelen toen zijn oog plots op een gigantische doos viel die in de hoek van de keuken stond. Ridder Reinhardt fronste. Een camera obscura, wat deed die hier? ”Je bent net geschandknaap’d,” gilde Adelberd plots. En toen snapte hij het. Hij ontbalde zijn vuisten, deed zijn ogen weer helemaal open en goot een emmer water over zich om zijn kokende bloed te doen afkoelen. Ridder Reinhardt begon te lachen en zei grinnikend tegen Adelberd: “Jij duivelsgebroed, mij zo in de luren leggen!” Glimlachend legde Adelberd uit hoe hij zijn vleesje enkel voor de gein in de kalkoen had gestoken en hoe al het keukenpersoneel hem geholpen had. Die avond genoten ze met z’n allen met volle teugen van het feestmaal. Het pronkstuk was een roodbruin gebraden kalkoen en Adelberd vertelde aan alle genodigden en aan iedereen die het horen wilde hoe hij hem eigenhandig gevuld had.
5 reacties tot nu toe
Plaats een reactie
Wederom een geslaagd episeidon!
Reactie door Stijn oktober 13, 2008 @ 2:57 pmHoofdstuk 6: Ridder Reinhardt gaat naar AC/DC
Reactie door Tom oktober 16, 2008 @ 8:52 pmmeesterlijk!
Reactie door Keunemeun oktober 18, 2008 @ 3:50 pmMeer!
Reactie door Stijn mei 4, 2009 @ 1:22 amholy shit! twas gisteren exact een jaar geleden dat ge hier hebt gepost. Get crackin’ ya lazy bastard!
Reactie door Keunemeun oktober 8, 2009 @ 2:43 pm